Radiotherapie, of bestraling, is een erg technische medische discipline. Niet verwonderlijk dus dat nogal wat patiënten de informatie die ze van hun arts of verpleegkundige, op een toch stresserend moment, te horen krijgen, al vlug weer vergeten zijn. Van het eerste bezoek aan de afdeling tot eventuele nevenwerkingen van de behandeling en controles achteraf: de jonge radiotherapeut Nico Jansen schreef hierover het boek 'Radiotherapie. Stap-voor-stap uitleg over bestraling'.
"Bedoeling is om zoveel mogelijk mensen een duidelijke uitleg te geven, in een begrijpelijke taal," vertelt Nico Jansen. "Voor dokters en verpleegkundigen is die informatie misschien té eenvoudig. Maar het boek is in de eerste plaats bestemd voor patiënten en voor iedereen die geconfronteerd wordt met radiotherapie. En een begrijpelijke taal is de eerste vereiste om de patiënt gerust te stellen."
Krijgen patiënten die informatie niet van hun arts?
Nico Jansen: "Dokters en verpleegkundigen op de bestralingsafdeling géven uitleg, en goede uitleg. Maar het blijft vaak mondelinge informatie op het moment zelf. Het gaat ook om een erg technische materie, met een eigen terminologie. Nogal wat patiënten willen achteraf nog eens nalezen wat ze met hun arts besproken hebben. Of ze willen zich vooraf goed informeren, voor ze aan de behandeling beginnen, zodat ze weten waaraan ze zich kunnen verwachten. Het boek vervangt zeker niet de goede opvang in het ziekenhuis. Het zorgt er wel voor dat de patiënt goed voorbereid is en nadien alles nog even kan nalezen."
Is radiotherapie echt zo onbekend?
Nico Jansen: "Bij een operatie kunnen patiënten zich inbeelden wat er gaat gebeuren: de chirurg zal het gezwel wegsnijden, met een zekere marge. Bestraling kunnen ze zich veel minder goed voorstellen. Je voelt het niet, je ruikt het niet, je hoort het niet, je ziet het niet. En toch zal dat de kanker bestrijden. En dan nog op die manier dat enkel de kwaadaardige cellen vernietigd worden, gezonde cellen blijven zoveel mogelijk gespaard. Dat komt voor heel wat patiënten mysterieus over, soms zelfs wat angstaanjagend. Sommige mensen beelden zich in dat het pijn doet, terwijl je er helemaal niets van voelt. Of ze denken dat bestraling 'verbrandt'. Bestraling verbrandt niet. Bestraling brengt enkel energie over naar het lichaam. Wel kunnen bij bepaalde bestralingen na een tijd huidreacties ontstaan die lijken op lichte brandwonden."
Hoe werkt radiotherapie precies?
Nico Jansen: "Het bestralingstoestel zendt onzichtbare stralen in het lichaam en brengt zo energie over tot in de kwaadaardige cellen. Bedoeling van de bestraling is de kwaadaardige cellen te doden, of minstens hun groei sterk af te remmen. Goedaardige cellen ondervinden ook wel hinder, maar kunnen zich uiteindelijk weer herstellen. Bovendien wordt de bestraling steeds gerichter, waardoor minder en minder goede cellen schade berokkend wordt."
Nogal wat mensen zijn vooral bang voor de neveneffecten. Terecht?
Nico Jansen: "De meest voorkomende nevenwerking is angst. Angst voor wat er gaat gebeuren. Veel mensen denken bij bestraling meteen aan het ergste. Een kwaadaardig gezwel dat niet meer te genezen is, ernstige nevenwerkingen . Bestraling kan de genezingskansen echter flink verhogen. En vaak vallen de nevenwerkingen uiteindelijk veel beter mee dan verwacht. Als je weet wat er gaat gebeuren, en waarom, kun je je ook beter voorbereiden."
Maar er zijn per definitie altijd nevenwerkingen?
Nico Jansen: "Er zijn patiënten die weinig of geen hinder ondervinden. Het is zeker niet zo dat elke bestraling bijwerkingen heeft. Wel moet je tot zes of zeven weken aan een stuk regelmatig naar het ziekenhuis komen. Dat weegt vaak nog het zwaarst. Het feit dat je er geen last van hebt, betekent ook niet dat de behandeling geen effect heeft gehad. Als er veel zichtbare bijwerkingen zijn, wil dat niet ook zeggen dat de bestraling beter of krachtiger was."
Heel veel mensen denken bij een kankerbehandeling meteen aan misselijkheid?
Nico Jansen: "Bestraling is een plaatselijke behandeling die plaatselijke bijwerkingen kan geven. Radiotherapie kán misselijk maken, maar alleen als er lichaamsdelen bestraald worden die misselijkheid kunnen veroorzaken. Als bijvoorbeeld slokdarm, maag of darm bestraald worden. Anders niet. Hetzelfde voor haaruitval. Het idee dat je door bestraling je haar verliest, komt voort uit de verwarring met chemotherapie. Heel wat soorten chemotherapie doen inderdaad het haar uitvallen. Bij bestraling ligt dat anders. Alleen als het hoofd bestraald wordt, kan je hoofdhaar uitvallen. En dan nog alleen als de stralingsdosis voldoende hoog is en enkel op de bestraalde plaats."
Kan er tijdens de behandeling iets verkeerd lopen?
Nico Jansen: "Bij elk medisch handelen kan er in principe een fout gebeuren. Maar strikt genomen is de kans op fouten klein. De behandeling is sowieso gespreid over meerdere weken. Als tijdens de bestraling blijkt dat iets niet naar wens verloopt, kun je nog altijd bijsturen. Radiotherapeuten passen in het algemeen een grondige kwaliteitscontrole toe. Niet alleen de gebruikte toestellen en materialen worden gecontroleerd, ook wordt bij elke individuele behandeling nagegaan of alles precies verloopt zoals voorzien. We kunnen foto's maken tijdens de bestraling om zeker te zijn dat de stralen op de juiste plaats terecht komen. De kans op fouten is dan ook klein."
Gebeurt er nog controle achteraf?
Nico Jansen: "Eén tot acht weken na de laatste bestraling volgt meestal een controleraadpleging. Om zeker te zijn dat alles naar wens verlopen is. Maar ook om na te gaan of de behandeling wel effect heeft gehad. Daarvoor kunnen foto's of scans nodig zijn. Meestal heeft het geen zin om die onderzoeken al meteen na afloop van de behandeling te doen. De gunstige effecten van de straling werken immers binnenin nog een hele tijd verder."
"Vaak vragen patiënten tijdens de bestraling of het al beter gaat. Een vraag waar we moeilijk kunnen op antwoorden. Heel wat bestralingen gebeuren preventief. Als er geen zichtbaar gezwel is, kan het ook niet gemeten worden. Maar zelfs als er een gezwel zichtbaar is, lijkt dat niet altijd kleiner te worden tijdens de bestraling. Precies omdat de behandeling met vertraging werkt."
donderdag 3 december 2009
Radiotherapie
Radiotherapie, ook bekend als "bestraling" of "stralen", is een behandeling met radioactieve stralen om kankercellen te vernietigen. Bij radiotherapie wordt radioactieve energie in de vorm van een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) precies gericht op de plaats van het gezwel of de plaats waar het gezwel zich bevond. De stralen vernietigen kankercellen geheel of gedeeltelijk.
Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt, en ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos.
De bestraling kan van buitenaf komen (uitwendige bestraling) of van radioactief materiaal dat in de tumor wordt ingebracht (inwendige bestraling). Bij uitwendige bestraling wordt bestraald vanuit een machine buiten het lichaam. Een opname in het ziekenhuis is niet nodig, en de behandeling is pijnloos. Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt materiaal dat bestraling produceert, rechtstreeks ingebracht in het lichaam. Die radioactieve "zaadjes" geven daar een hoge dosis straling af. De ingreep heeft onder verdoving plaats, waardoor meestal een ziekenhuisopname van enkele dagen nodig is.
Doel
Radiotherapie kan als genezende behandeling worden gebruikt voor kankers in een vroeg stadium. Bestraling wordt ook vaak gecombineerd met een andere behandeling: zo kan bestraling vóór een operatie de tumor verkleinen, of achteraf mogelijke achtergebleven kankercellen vernietigen. Als de ziekte verder gevorderd is, kan radiotherapie gebruikt worden om de tumor te verkleinen en om symptomen zoals pijn te verlichten.
Gevolgen
De radiotherapeut zal ervoor zorgen dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Bij uitwendige bestraling worden bijvoorbeeld ook vooraf mogelijk afgietsels gemaakt die ervoor zorgen dat er tijdens alle opeenvolgende bestralingssessies exact op dezelfde plaatsen bestraald wordt, blokken lood schermen andere lichaamsdelen af enz.
Toch kan straling ook invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor wordt de huid rood en gevoelig. Ook vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking van radiotherapie. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na de therapie.
Daarnaast zijn er andere bijwerkingen die afhangen van de bestraalde plek. Zo verlies je je haar door bestraling alléén als het hoofd bestraald wordt.
Praat over eventuele bijwerkingen of onverklaarbare klachten met uw arts. Vaak is het mogelijk om bijwerkingen te verlichten.
Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt, en ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos.
De bestraling kan van buitenaf komen (uitwendige bestraling) of van radioactief materiaal dat in de tumor wordt ingebracht (inwendige bestraling). Bij uitwendige bestraling wordt bestraald vanuit een machine buiten het lichaam. Een opname in het ziekenhuis is niet nodig, en de behandeling is pijnloos. Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt materiaal dat bestraling produceert, rechtstreeks ingebracht in het lichaam. Die radioactieve "zaadjes" geven daar een hoge dosis straling af. De ingreep heeft onder verdoving plaats, waardoor meestal een ziekenhuisopname van enkele dagen nodig is.
Doel
Radiotherapie kan als genezende behandeling worden gebruikt voor kankers in een vroeg stadium. Bestraling wordt ook vaak gecombineerd met een andere behandeling: zo kan bestraling vóór een operatie de tumor verkleinen, of achteraf mogelijke achtergebleven kankercellen vernietigen. Als de ziekte verder gevorderd is, kan radiotherapie gebruikt worden om de tumor te verkleinen en om symptomen zoals pijn te verlichten.
Gevolgen
De radiotherapeut zal ervoor zorgen dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Bij uitwendige bestraling worden bijvoorbeeld ook vooraf mogelijk afgietsels gemaakt die ervoor zorgen dat er tijdens alle opeenvolgende bestralingssessies exact op dezelfde plaatsen bestraald wordt, blokken lood schermen andere lichaamsdelen af enz.
Toch kan straling ook invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor wordt de huid rood en gevoelig. Ook vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking van radiotherapie. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na de therapie.
Daarnaast zijn er andere bijwerkingen die afhangen van de bestraalde plek. Zo verlies je je haar door bestraling alléén als het hoofd bestraald wordt.
Praat over eventuele bijwerkingen of onverklaarbare klachten met uw arts. Vaak is het mogelijk om bijwerkingen te verlichten.
woensdag 11 februari 2009
Universitaire Radiotherapie Antwerpen
De Universitaire Radiotherapie Antwerpen is het resultaat van de samenwerking tussen ZNA en Universitair Ziekenhuis Antwerpen en biedt kwaliteitsvolle en hoogtechnologische zorg op twee campussen: ZNA Middelheim en het UZA. De medische leiding is in handen van prof. dr. Danielle Van den Weyngaert.
De Universitaire Radiotherapie Antwerpen beschikt in het UZA over twee lineaire versnellers met ingebouwde CT-scan waarbij de waarbij de bron rond de patiënt draait en via de CT-beelden afgesteld blijft op de tumor. Met deze image guided radiotherapy krijgen de artsen niet alleen beelden van de patiënt tijdens de bestraling, maar brengt het apparaat de patiënt ook nog eens zelf in de juiste positie volgens de initiële scan. Het gaat met andere woorden om hoogprecisie bestraling: die geeft een hoge dosis bestraling op de tumor en een lage dosis op de daarrond liggende gezonde weefsels. Dit kon nooit eerder met zo’n graad van precisie.
Nieuw concept van bestralen
De twee toestellen die op het UZA werden geïnstalleerd behoren tot het ‘nec plus ultra’ van wat er op technologisch vlak vandaag aan bestralingstechnologie te vinden is. De gebruikte technologie (TomoTherapy) is geen verfijning van eerder gebruikte technologie, maar een nieuw concept van kankerbestraling.
Wereldwijd waren er midden 2007 zo’n 120 dergelijke toestellen operationeel en voor Vlaanderen was de installatie van de twee toestellen in het UZA een primeur.
Totaalaanbod
Het aanbod van de Universitaire Radiotherapie Antwerpen wordt verder aangevuld met drie lineaire versnellers op de campus ZNA Middelheim. Ieder toestel heeft zijn specifieke kenmerken die bepalen of het in aanmerking komt om een bepaalde pathologie te behandelen. Met deze vijf bestralingstoestellen garandeert de Universitaire Radiotherapie Antwerpen een kwaliteitsvol en hoogtechnologisch totaalaanbod op het vlak van kankerbestraling.
Daarnaast beschikt de dienst ook over een up-to-date radiotherapie planningssysteem, intensiteitsgemoduleerde radiotherapie, stereotactische radiotherapie en mogelijkheden voor totale lichaamsbestraling. De dienst omvat tenslotte een volledig ingerichte brachytherapie-eenheid en gespecialiseerde kamers voor radioactieve jodiumbehandelingen.
Intense samenwerking
De Universitaire Radiotherapie Antwerpen werkt nauw samen met het AZ Sint-Nikolaas (Sint-Niklaas), het AZ Sint-Dimpna (Geel) en de Sint-Jozefkliniek (Bornem en Willebroek).
info: http://www.zna.be/Over%20ZNA/Medisch%20aanbod/Radiotherapie%20(~%20Universitaire).aspx
De Universitaire Radiotherapie Antwerpen beschikt in het UZA over twee lineaire versnellers met ingebouwde CT-scan waarbij de waarbij de bron rond de patiënt draait en via de CT-beelden afgesteld blijft op de tumor. Met deze image guided radiotherapy krijgen de artsen niet alleen beelden van de patiënt tijdens de bestraling, maar brengt het apparaat de patiënt ook nog eens zelf in de juiste positie volgens de initiële scan. Het gaat met andere woorden om hoogprecisie bestraling: die geeft een hoge dosis bestraling op de tumor en een lage dosis op de daarrond liggende gezonde weefsels. Dit kon nooit eerder met zo’n graad van precisie.
Nieuw concept van bestralen
De twee toestellen die op het UZA werden geïnstalleerd behoren tot het ‘nec plus ultra’ van wat er op technologisch vlak vandaag aan bestralingstechnologie te vinden is. De gebruikte technologie (TomoTherapy) is geen verfijning van eerder gebruikte technologie, maar een nieuw concept van kankerbestraling.
Wereldwijd waren er midden 2007 zo’n 120 dergelijke toestellen operationeel en voor Vlaanderen was de installatie van de twee toestellen in het UZA een primeur.
Totaalaanbod
Het aanbod van de Universitaire Radiotherapie Antwerpen wordt verder aangevuld met drie lineaire versnellers op de campus ZNA Middelheim. Ieder toestel heeft zijn specifieke kenmerken die bepalen of het in aanmerking komt om een bepaalde pathologie te behandelen. Met deze vijf bestralingstoestellen garandeert de Universitaire Radiotherapie Antwerpen een kwaliteitsvol en hoogtechnologisch totaalaanbod op het vlak van kankerbestraling.
Daarnaast beschikt de dienst ook over een up-to-date radiotherapie planningssysteem, intensiteitsgemoduleerde radiotherapie, stereotactische radiotherapie en mogelijkheden voor totale lichaamsbestraling. De dienst omvat tenslotte een volledig ingerichte brachytherapie-eenheid en gespecialiseerde kamers voor radioactieve jodiumbehandelingen.
Intense samenwerking
De Universitaire Radiotherapie Antwerpen werkt nauw samen met het AZ Sint-Nikolaas (Sint-Niklaas), het AZ Sint-Dimpna (Geel) en de Sint-Jozefkliniek (Bornem en Willebroek).
info: http://www.zna.be/Over%20ZNA/Medisch%20aanbod/Radiotherapie%20(~%20Universitaire).aspx
Radiotherapie - UZ Leuven
De radiotherapie maakt gebruik van hoogenergetische stralen. Deze veroorzaken een beschadiging van het DNA of het erfelijke materiaal van de cel waardoor ze zich niet meer kan delen. Normale cellen worden ook aangetast doch kunnen beter herstellen van de toegebrachte schade. De bestralingsdosis wordt zo berekend en toegediend dat er minimale schade optreedt ter hoogte van de normale weefsels en maximaal ter hoogte van het doel. De belangrijkste rol van de radiotherapie is weggelegd in de plaatselijke controle van de ziekte.
Op de postoperatieve besprekingsraadpleging wordt multidisciplinair beslist of radiotherapie nodig is. Alle verdere informatie wordt gegeven bij de start van de radiotherapie op de bestralingsafdeling. Er is een kennismakingsbezoek aan de bestralingsafdeling mogelijk. Dit wordt 2 keer per maand georganiseerd.
http://www.uzleuven.be/nl/multidisciplinair-borstcentrum/radiotherapie
Op de postoperatieve besprekingsraadpleging wordt multidisciplinair beslist of radiotherapie nodig is. Alle verdere informatie wordt gegeven bij de start van de radiotherapie op de bestralingsafdeling. Er is een kennismakingsbezoek aan de bestralingsafdeling mogelijk. Dit wordt 2 keer per maand georganiseerd.
http://www.uzleuven.be/nl/multidisciplinair-borstcentrum/radiotherapie
Radiotherapie
Radiotherapie, ook bekend als "bestraling" of "stralen", is een behandeling met radioactieve stralen om kankercellen te vernietigen. Bij radiotherapie wordt radioactieve energie in de vorm van een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) precies gericht op de plaats van het gezwel of de plaats waar het gezwel zich bevond. De stralen vernietigen kankercellen geheel of gedeeltelijk.
Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt, en ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos.De bestraling kan van buitenaf komen (uitwendige bestraling) of van radioactief materiaal dat in de tumor wordt ingebracht (inwendige bestraling). Bij uitwendige bestraling wordt bestraald vanuit een machine buiten het lichaam. Een opname in het ziekenhuis is niet nodig, en de behandeling is pijnloos. Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt materiaal dat bestraling produceert, rechtstreeks ingebracht in het lichaam. Die radioactieve "zaadjes" geven daar een hoge dosis straling af. De ingreep heeft onder verdoving plaats, waardoor meestal een ziekenhuisopname van enkele dagen nodig is.
Doel
Radiotherapie kan als genezende behandeling worden gebruikt voor kankers in een vroeg stadium. Bestraling wordt ook vaak gecombineerd met een andere behandeling: zo kan bestraling vóór een operatie de tumor verkleinen, of achteraf mogelijke achtergebleven kankercellen vernietigen. Als de ziekte verder gevorderd is, kan radiotherapie gebruikt worden om de tumor te verkleinen en om symptomen zoals pijn te verlichten.
Gevolgen
De radiotherapeut zal ervoor zorgen dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Bij uitwendige bestraling worden bijvoorbeeld ook vooraf mogelijk afgietsels gemaakt die ervoor zorgen dat er tijdens alle opeenvolgende bestralingssessies exact op dezelfde plaatsen bestraald wordt, blokken lood schermen andere lichaamsdelen af enz.Toch kan straling ook invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor wordt de huid rood en gevoelig. Ook vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking van radiotherapie. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na de therapie.Daarnaast zijn er andere bijwerkingen die afhangen van de bestraalde plek. Zo verlies je je haar door bestraling alléén als het hoofd bestraald wordt.Praat over eventuele bijwerkingen of onverklaarbare klachten met uw arts. Vaak is het mogelijk om bijwerkingen te verlichten.
http://www.tegenkanker.net/content/radiotherapie
Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt, en ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos.De bestraling kan van buitenaf komen (uitwendige bestraling) of van radioactief materiaal dat in de tumor wordt ingebracht (inwendige bestraling). Bij uitwendige bestraling wordt bestraald vanuit een machine buiten het lichaam. Een opname in het ziekenhuis is niet nodig, en de behandeling is pijnloos. Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt materiaal dat bestraling produceert, rechtstreeks ingebracht in het lichaam. Die radioactieve "zaadjes" geven daar een hoge dosis straling af. De ingreep heeft onder verdoving plaats, waardoor meestal een ziekenhuisopname van enkele dagen nodig is.
Doel
Radiotherapie kan als genezende behandeling worden gebruikt voor kankers in een vroeg stadium. Bestraling wordt ook vaak gecombineerd met een andere behandeling: zo kan bestraling vóór een operatie de tumor verkleinen, of achteraf mogelijke achtergebleven kankercellen vernietigen. Als de ziekte verder gevorderd is, kan radiotherapie gebruikt worden om de tumor te verkleinen en om symptomen zoals pijn te verlichten.
Gevolgen
De radiotherapeut zal ervoor zorgen dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Bij uitwendige bestraling worden bijvoorbeeld ook vooraf mogelijk afgietsels gemaakt die ervoor zorgen dat er tijdens alle opeenvolgende bestralingssessies exact op dezelfde plaatsen bestraald wordt, blokken lood schermen andere lichaamsdelen af enz.Toch kan straling ook invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor wordt de huid rood en gevoelig. Ook vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking van radiotherapie. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na de therapie.Daarnaast zijn er andere bijwerkingen die afhangen van de bestraalde plek. Zo verlies je je haar door bestraling alléén als het hoofd bestraald wordt.Praat over eventuele bijwerkingen of onverklaarbare klachten met uw arts. Vaak is het mogelijk om bijwerkingen te verlichten.
http://www.tegenkanker.net/content/radiotherapie
Wat is bestraling?
Als we spreken over bestraling bedoelen we een bestralingsbehandeling. Dit wordt ook radiotherapie genoemd. Het is een medische behandeling met de bedoeling de ongewenste groei van cellen te stoppen of af te remmen. De meeste bestralingen worden gegeven voor kwaadaardige gezwellen.
Tijdens een bestralingsbehandeling komt er straling terecht op de cellen die moeten geremd worden. De bestraling draagt energie over naar de cellen. Deze energie beschadigt de celkern waar het genetisch materiaal zit. De gezwelcellen zijn zo druk bezig snel te groeien dat ze deze beschadiging niet goed kunnen repareren, en ze stoppen met groeien en sterven af. De gewone menselijke cellen die meebestraald worden houden ook niet altijd van bestraling (lees verder over de bijwerkingen) maar slagen er veel beter in de aangerichte schade in de cellen te herstellen, en dus beter te overleven.
1. De eerste stap
Vooraleer een bestralingsbehandeling kan starten zijn heel wat voorbereidingen nodig. De eerste stap is een raadpleging bij de radiotherapeut die een dossier van je zal maken, je zal onderzoeken, en uiteindelijk een behandelingsplan zal opstellen. Dit kan een moeilijke raadpleging zijn, omdat er veel informatie gegeven wordt die je moet proberen te begrijpen en te verwerken. De informatie die je krijgt omvat onder andere:
de bedoeling van bestraling
het aantal bestralingen
de te verwachten bijwerkingen van bestraling
2. De tweede stap: de simulatie
Voor de bestraling kan starten moet de precieze plaats waar de bestraling moet komen opgezocht worden. De radiotherapeut en het team van verpleegkundigen installeren je hiervoor op een speciaal toestel (de simulator) voor de bestralingsvoorbereiding (ook wel simulatie genoemd).
3. De scanner
Na de simulatie volgt tegenwoordig meestal een onderzoek met een scanner.
Het is geen scanner om te kijken HOE het met het gezwel gaat, maar wel WAAR de te bestralen streek precies ligt in je lichaam en welke organen er in de buurt liggen (die zo weinig mogelijk mogen bestraald worden).
4. De planning
Hier hoef je je zelf niets van aan te trekken: na de simulatie en de scanner bezit de radiotherapeut alle gegevens die nodig zijn om de bestraling voor te bereiden.
Hij gaat nu aan het rekenen in samenwerking met een team van technici en fysici. Het is de bedoeling te bestralingsbundels zodanig te richten dat de straling zoveel mogelijk terechtkomt waar er moet bestraald worden, en zo weinig mogelijk waar de straling niet nuttig is (en bijwerkingen kan geven).
5. De eerste bestraling
Dit vinden veel mensen een wat griezelig moment. Maar je zal zien dat het erg goed meevalt. De straling hoor je niet, zie je niet en ruik je niet. En van bijwerkingen is in het begin ook meestal nog geen sprake.
De verpleegkundigen van het bestralingstoestel staan klaar om je te helpen.
6. De bijwerkingen tijdens de bestraling
Bestraling is een heel plaatselijke behandeling, wat wil zeggen dat ook de bijwerkingen heel plaatselijk optreden, alleen daar waar er bestraling terechtkomt.
Algemeen genomen vallen de bijwerkingen van een bestralingsbehandeling heel goed mee, maar er zijn zonder twijfel delen van het lichaam waar het beter gaat dan elders.
Omdat de bijwerkingen soms aanpassing van de behandeling of de medikamenten vereisen is het heel belangrijk alle bijwerkingen aan de radiotherapeut te laten weten, zo snel mogelijk nadat ze tevoorschijn komen. De radiotherapeut zal dan samen met de verpleegkundigen over bestralingstoestellen, je huisarts, en eventueel de kinesist en de diëtist, proberen de bijwerkingen zo snel mogelijk te doen verminderen.
7. De controles tijdens en na de behandeling
Tijdens de bestralingsreeks staat je radiotherapeut voor je klaar. Je zal de radiotherapeut minstens éénmaal per week zien, maar vaker als het nodig is.
Je kan tijdens die raadplegingen tips krijgen over het voorkomen en behandelen van bijwerkingen. Soms zijn er ook medikamenten nodig.
Omdat de gunstige effecten (genezing of bestrijding van het gezwel) EN de ongunstige effecten (bijwerkingen) nog blijven doorwerken tot NA de bestraling, zal je radiotherapeut je blijven volgen na het einde over bestralingsreeks.
http://www.bestraling.com
Tijdens een bestralingsbehandeling komt er straling terecht op de cellen die moeten geremd worden. De bestraling draagt energie over naar de cellen. Deze energie beschadigt de celkern waar het genetisch materiaal zit. De gezwelcellen zijn zo druk bezig snel te groeien dat ze deze beschadiging niet goed kunnen repareren, en ze stoppen met groeien en sterven af. De gewone menselijke cellen die meebestraald worden houden ook niet altijd van bestraling (lees verder over de bijwerkingen) maar slagen er veel beter in de aangerichte schade in de cellen te herstellen, en dus beter te overleven.
1. De eerste stap
Vooraleer een bestralingsbehandeling kan starten zijn heel wat voorbereidingen nodig. De eerste stap is een raadpleging bij de radiotherapeut die een dossier van je zal maken, je zal onderzoeken, en uiteindelijk een behandelingsplan zal opstellen. Dit kan een moeilijke raadpleging zijn, omdat er veel informatie gegeven wordt die je moet proberen te begrijpen en te verwerken. De informatie die je krijgt omvat onder andere:
de bedoeling van bestraling
het aantal bestralingen
de te verwachten bijwerkingen van bestraling
2. De tweede stap: de simulatie
Voor de bestraling kan starten moet de precieze plaats waar de bestraling moet komen opgezocht worden. De radiotherapeut en het team van verpleegkundigen installeren je hiervoor op een speciaal toestel (de simulator) voor de bestralingsvoorbereiding (ook wel simulatie genoemd).
3. De scanner
Na de simulatie volgt tegenwoordig meestal een onderzoek met een scanner.
Het is geen scanner om te kijken HOE het met het gezwel gaat, maar wel WAAR de te bestralen streek precies ligt in je lichaam en welke organen er in de buurt liggen (die zo weinig mogelijk mogen bestraald worden).
4. De planning
Hier hoef je je zelf niets van aan te trekken: na de simulatie en de scanner bezit de radiotherapeut alle gegevens die nodig zijn om de bestraling voor te bereiden.
Hij gaat nu aan het rekenen in samenwerking met een team van technici en fysici. Het is de bedoeling te bestralingsbundels zodanig te richten dat de straling zoveel mogelijk terechtkomt waar er moet bestraald worden, en zo weinig mogelijk waar de straling niet nuttig is (en bijwerkingen kan geven).
5. De eerste bestraling
Dit vinden veel mensen een wat griezelig moment. Maar je zal zien dat het erg goed meevalt. De straling hoor je niet, zie je niet en ruik je niet. En van bijwerkingen is in het begin ook meestal nog geen sprake.
De verpleegkundigen van het bestralingstoestel staan klaar om je te helpen.
6. De bijwerkingen tijdens de bestraling
Bestraling is een heel plaatselijke behandeling, wat wil zeggen dat ook de bijwerkingen heel plaatselijk optreden, alleen daar waar er bestraling terechtkomt.
Algemeen genomen vallen de bijwerkingen van een bestralingsbehandeling heel goed mee, maar er zijn zonder twijfel delen van het lichaam waar het beter gaat dan elders.
Omdat de bijwerkingen soms aanpassing van de behandeling of de medikamenten vereisen is het heel belangrijk alle bijwerkingen aan de radiotherapeut te laten weten, zo snel mogelijk nadat ze tevoorschijn komen. De radiotherapeut zal dan samen met de verpleegkundigen over bestralingstoestellen, je huisarts, en eventueel de kinesist en de diëtist, proberen de bijwerkingen zo snel mogelijk te doen verminderen.
7. De controles tijdens en na de behandeling
Tijdens de bestralingsreeks staat je radiotherapeut voor je klaar. Je zal de radiotherapeut minstens éénmaal per week zien, maar vaker als het nodig is.
Je kan tijdens die raadplegingen tips krijgen over het voorkomen en behandelen van bijwerkingen. Soms zijn er ook medikamenten nodig.
Omdat de gunstige effecten (genezing of bestrijding van het gezwel) EN de ongunstige effecten (bijwerkingen) nog blijven doorwerken tot NA de bestraling, zal je radiotherapeut je blijven volgen na het einde over bestralingsreeks.
http://www.bestraling.com
Vereniging voor Verpleegkundigen Radiotherapie & Oncologie
Secretariaat VVRO
Afdeling 34
AZ-VUB
Laarbeeklaan 101
1090 BRUSSEL
02 477 83 87
vvro@uzbrussel.be
http://www.vvro.be/
Onze vereniging bestaat uit verpleegkundigen uit verschillende academische en regionale Vlaamse ziekenhuizen. Ze wil bijdragen aan een optimale, professionele verpleegkundige zorg voor de patiënt met kanker en zijn familie. Daarnaast wil ze de professionalisering stimuleren van de verpleegkundigen die zorg dragen voor deze patiënt en zijn familie en wil ze de oncologische verpleging als een bijzondere deskundigheid ontwikkelen.
Afdeling 34
AZ-VUB
Laarbeeklaan 101
1090 BRUSSEL
02 477 83 87
vvro@uzbrussel.be
http://www.vvro.be/
Onze vereniging bestaat uit verpleegkundigen uit verschillende academische en regionale Vlaamse ziekenhuizen. Ze wil bijdragen aan een optimale, professionele verpleegkundige zorg voor de patiënt met kanker en zijn familie. Daarnaast wil ze de professionalisering stimuleren van de verpleegkundigen die zorg dragen voor deze patiënt en zijn familie en wil ze de oncologische verpleging als een bijzondere deskundigheid ontwikkelen.
Radiotherapie-oncologie
Op de afdeling radiotherapie-oncologie worden patiënten behandeld met ioniserende stralen. Het merendeel betreft dit patiënten met kanker, maar ook enkele goedaardige aandoeningen worden behandeld met radiotherapie.
Radiotherapie is naast chirurgie en chemotherapie één van de behandelingsmodaliteiten binnen de oncologie. Het is een multidisciplinaire discipline waar zeer hoge eisen gesteld worden aan veiligheid, juistheid en precisie.
De afdeling radiotherapie-oncologie beschikt momenteel over 2 'klassieke' lineaire versnellers met multi-leaf collimatoren, 1 Novalis toestel voor hoge precisie radiotherapie en 2 innoverende toestellen voor het uitvoeren van Tomotherapie.
De medewerkers van de afdeling radiotherapie-oncologie vormen een interdisciplinair team bestaande uit artsen, verpleegkundigen, fysici, technici, secretariaatsmedewerkers, sociaal verpleegkundigen, psychologen, diëtisten en logistieke medewerkers.
Zij zorgen ervoor dat de patiënt op elk moment in zijn/haar ziekte- en genezingsproces van de best mogelijke behandeling en opvang verzekerd is.
lees verder
Radiotherapie is naast chirurgie en chemotherapie één van de behandelingsmodaliteiten binnen de oncologie. Het is een multidisciplinaire discipline waar zeer hoge eisen gesteld worden aan veiligheid, juistheid en precisie.
De afdeling radiotherapie-oncologie beschikt momenteel over 2 'klassieke' lineaire versnellers met multi-leaf collimatoren, 1 Novalis toestel voor hoge precisie radiotherapie en 2 innoverende toestellen voor het uitvoeren van Tomotherapie.
De medewerkers van de afdeling radiotherapie-oncologie vormen een interdisciplinair team bestaande uit artsen, verpleegkundigen, fysici, technici, secretariaatsmedewerkers, sociaal verpleegkundigen, psychologen, diëtisten en logistieke medewerkers.
Zij zorgen ervoor dat de patiënt op elk moment in zijn/haar ziekte- en genezingsproces van de best mogelijke behandeling en opvang verzekerd is.
lees verder
Artsen - specialisten radiotherapie in Overijssel 1
Artsen - specialisten radiotherapie in Friesland 1
Abonneren op:
Reacties (Atom)